Eigenlijk wist ik niet dat er nog op zo’n grote schaal naar goud gezocht werd, maar tijdens mijn recente reis naar Suriname werden mijn ogen geopend.

Suriname is een prachtig land, met een onvoorstelbaar mooie natuur, maar die wordt momenteel in hoog tempo verkwanseld. De regering Bouterse heeft zowel individuele goudzoekers als bedrijven, die zich met grootschalige mechanische goudwinning bezighouden, concessies gegeven om stukken jungle te exploiteren. Daarnaast wordt ook nog eens illegaal naar goud gezocht, want veel arme Brazilianen weten dat er diep in het Surinaamse oerwoud nauwelijks sprake is van enige controle.

Bij de goudwinning worden eerst de bossen gekapt, waarna het vrijgekomen zand opgezogen, gespoeld en gezeefd wordt. Zo ontstaan kale gebieden met forse bodemerosie en grote poelen, gevuld met sterk verontreinigd water : bij het spoelproces wordt namelijk het zeer giftige kwik gebruikt. Dit komt via het grondwater en via de rivieren in de voedselketen terecht.

Het is te hopen dat bij de bevolking van Suriname onderhand het besef doordringt dat het hier helemaal mis dreigt te gaan : ontbossing, vervuiling, goud dat uit Suriname verdwijnt en een paar hoog geplaatste regeringsfunctionarissen die hun zakken vullen … Het is de hoogste tijd dat er druk op de regering wordt uitgeoefend om dit proces een halt toe te roepen.

Gelukkig bestaat nog altijd 80 procent van Suriname uit tropisch regenwoud, want het land is dun bevolkt : Nederland is 4 keer zo klein (40.000 km² tegenover 160.000 km²), maar heeft 32 keer zoveel inwoners!

De goudzoekers zelf kun je het niet kwalijk nemen : het gaat hier om doodarme mensen, die nooit enige vorm van scholing hebben gehad, en die een hardvochtig en zwaar bestaan verdragen in de hoop ooit hun fortuin te maken. Dat zij zich niet bekommeren om de gevolgen voor het milieu is begrijpelijk, maar uiteraard zeer onwenselijk.

Zijn wij eigenlijk niet allemaal goudzoekers? Ons hele leven zoekende naar onze bestemming, naar vervulling, naar El Dorado?

Ik heb het mijne gelukkig al gevonden. Het klinkt misschien heel burgerlijk, maar gewoon samen zijn met mijn vrouw en kinderen, in goede gezondheid, in ons eigen huis – Henk Westbroek wist het ooit perfect te verwoorden in de hit die hij voor Rene Froger schreef – vind ik toch het hoogst haalbare in dit leven.

Dat zou ik niet willen ruilen voor al het goud in de wereld.

Robert Schoemacher, cosmetisch arts